laatste update: maart 2017

Leasing van bedrijfsmiddelen versus autoleasing

Leasing is meer dan autoleasing

Leasing van bedrijfsmiddelen wordt doorgaans equipment leasing genoemd: leasecontracten met betrekking tot duurzame bedrijfsmiddelen. Dit staat tegenover autoleasing, wat vanzelfsprekend personenauto’s (en bestelwagens) betreft. De leasewereld valt dan ook uiteen in twee objectcategorieën: enerzijds auto’s, en anderzijds alles behalve auto’s, algemene leasing.

 

Bij autoleasing gaat het doorgaans om een relatief gestandaardiseerde vorm van ter beschikking stelling van het voertuig, met inbegrip van diensten als onderhoud, reparaties, banden, verzekeringen en eventuele andere diensten met betrekking tot mobiliteit. De keuze van de auto ligt bij de lessee of de berijder, maar kan ook min of meer gestuurd worden door de lessor. Het waardeverloop van een auto is relatief makkelijk te voorspellen: de (tweedehands) automarkt is een zeer volwassen markt, met een relatief grote transparantie als het gaat om de waarde van het voertuig over de jaren heen, en met inachtneming van de gereden kilometers.

 

Bij equipment leasing gaat het om een zeer grote diversiteit aan objecten, waarbij telkens weer andere parameters spelen inzake waardeverloop, bijvoorbeeld het aantal draaiuren van een machine, het gebruik in zwaar terrein van een vrachtwagen, de relatieve schaarste van een object op de tweedehandsmarkt.

Vooral van belang is de courantheid van een object. Objecten als vrachtwagens zijn relatief courant, net als bij auto’s is het waardeverloop relatief goed in te schatten. Maar van zeer specifieke objecten, waar slechts een paar potentiële gebruikers voor zijn, denk aan vliegsimulatoren, is het veel lastiger het waardeverloop te bepalen. Lessors zullen het liefste (zeer) courante objecten in de lease nemen, of zullen zich specialiseren in bepaalde objectcategorieën.